Love, Jones and Amsterdam | “Urkel”

people-feet-train-travelling

Nadat ik een maand lang ter vergeefs bij elke tram halte in Amsterdam hoopte op die toevallige ontmoeting met die ene prins op zijn witte Nikes. Begon ik de hoop al op te geven. Bijna vier weken lang kreeg ik stiekem kriebels van alle witte Nikes die mijn zicht passeerde. Maar helaas, geen prins. En de hoop dat ik hem ooit nog tegen zou komen vervloog zoals de koude winter langzaam plaats begon te maken voor de langverwachte lente.

Ik gaf het op en begon mezelf ervan te overtuigen dat mijn prins op die Witte Nikes van hem behoorde tot een van mijn vele dagdromen.

Inmiddels had ik een paar gezellige thee dates gehad. Ondanks dat ik afspraken voor zes uur in de avond niet echt dates mag noemen, begon het hele gebeuren toch wel lichtelijk romantische wendingen te krijgen. Dus daarmee was de term thee date geboren.

Ik leerde hem kennen op een boekpresentatie, van een nieuwe uitgever in Amsterdam. Er waren geen op hol geslagen vlinders of een oncontroleerbare drang om hem te bespringen toen ik hem voor het eerst zag. Nee, dat niet. Hij was niet woest aantrekkelijk. Maar lelijk zeer zeker niet. Zijn onnozele sulligheid maakte hem op een bepaalde manier schattig. En de manier waarop hij met politiek correct gekozen woorden sprak terwijl hij mij met een indringende blik aankeek vanachter zijn bril vandaan, zelfs wel sexy. Hij was beleefd, slim en respectvol. Een verademing in vergelijking tot al het spuis wat ik normaal gesproken tegen het lijf lijkt te lopen. Hij had antwoorden op al mijn vragen en wist meer over computerprogramma’s dan Bill Gates zelf. Hij was mijn lopende Wikipedia, maar ik noemde hem stiekem Urkel.

Op een regenachtige zondagmiddag, terwijl ik aan het wachten was op de lente, ging mijn telefoon; Urkel. Of ik zin had in een kop thee. Dat had ik wel, maar ook in een jointje en wat filosofisch geouwehoer over de zin van ons bestaan bedacht ik me toen ik ja zei. Na de afgelopen thee dates wist ik, dat ik voor die twee dingen misschien niet bij Urkel aan het juiste adres was. Onze gesprekken waren ver van filosofisch. Ik had soms zelfs het gevoel gehad dat wanneer ik met hem in gesprek was, ik deel nam aan een debat. Bij Urkel was het niet geoorloofd om je concentratie te laten verslapen, en weg te dromen over een leven leiden bij de dag, niet gehinderd door de dagelijkse verplichtingen in de maatschappij van nu.

Het was alsof hij een inimini computertje in zijn brein had welke alles wat hij zei, eerst in een razend tempo maar grondig had overdacht. Dat maakte hem interessant, maar tegelijkertijd op een vreemde manier voorspelbaar. Wat hij me precies zou gaan zeggen wist ik nooit van te voren, maar de manier hoe hij het zou brengen, en dat zijn uitspraken altijd goed overdacht waren, een feit. Op de vraag of hij weleens een jointje rookt was zijn antwoord luid en duidelijk; “Nee, jij?” Daarmee was samen een jointje roken een no-go en werden filosofische onderwerpen van de tafel geveegd.

We spraken af bij het American Hotel op de hoek bij het Leidse plein. Logistiek voor een beiden een goed punt om af te spreken. Hij stond te wachten, in de regen, want ik was iets te laat. Zoals al die keren overigens, niet die regen, maar wel dat ik te laat was. Dit keer had ik echter wel een excuus. Tenminste voor mezelf, ik had namelijk een snelle stop gemaakt bij mijn favoriete coffeeshop overtuigd dat ik Urkel zijn eerste joint zou laten roken. Ik gaf hem spontaan een kus op zijn mond en nog voordat hij een reactie kon geven trok ik hem mee aan zijn arm. “Kom.” Zei ik. “Ik neem je mee!” Iets wat knullig maar met een grote glimlach hobbelde hij achter mij aan. “Waar neem je me mee naartoe vroeg hij?” “Ergens waar ze thee hebben.” Zei ik met een lach. En ik sleepte hem mee naar een van mijn favoriete cafés. Waar je kon roken, drinken en gezellig kon ouwehoeren terwijl je op kon gaan in alle oude foto’s aan de muren. Ik bestelde twee verse muntthee en terwijl ik hem in stilte de omgeving in zich op zag nemen, pakte ik mijn sigaretten doosje en draaide ik een jointje. Ik zag hem bedenkelijk kijken en ik zei; “Maak je niet druk je hoeft echt niet perse mee te roken.” Wijs en iets wat bijdehand antwoordde hij meteen: “Dat doe ik sowieso al nu ik tegenover je zit.”

Een speelse blik wisseling en een halve joint verder leek Urkel iets losser te komen in zijn vel. Zijn houding werd meer relaxt en zijn opmerkingen leken zelfs iets minder overdacht. Al snel was het onderwerp; liefde. En voor ik het wist bekeek ik Urkel terwijl hij iets wat onhandig de joint oprookte en een memoires oplas van een hoofdstuk uit zijn leven welke klaarblijkelijk nog lang niet afgesloten was. Voordat hij erover kon nadenken vertelde hij mij dat hij een lange relatie van zes jaar achter de rug had. Een waarin hij liefde had gevoeld en waarin hij oprecht gelukkig was geweest. Toen ik hem vroeg waarom hij de relatie had verbroken zei hij me dat hij dat had gedaan omdat hij dacht dat er nog wel iets beters in het verschiet zou liggen. Hij was daar uiteraard niet zeker van, maar hij kon dat gevoel niet negeren zo zei hij. Ik proefde een kleine dosis berouw in zijn stem. En er viel een stilte.

Dat was het moment waarin ik me besefte dat wanneer ik hier zou blijven, ik zou moeten accepteren dat het nu mijn taak zou moeten zijn om te bewijzen dat ik dat betere zou kunnen zijn wat hij zocht. Alles wat ik zou doen zou onder een loep gelegd worden waarvan de lens het vergelijkingsmateriaal was van de afgelopen zes jaar. Ik dronk mijn laatste slok thee op. Op het verzoek of ik mee wilde gaan naar zijn huis om een film te kijken bedankte ik vriendelijk en ik stapte de nat gerende straten van Amsterdam op, Urkel iets wat verbaasd achter gelaten.

De tram kwam gelukkig sneller dan het besef van de situatie bij Urkel. Terwijl ik plaats nam op een van de stoelen in het achterste gedeelte droomde ik weg met mijn blik op de genevelde bomen langs de grachten. Het was toen dat mijn blik gestolen werd door die van hem. Alweer, hij. Het was hem echt. Ik hoefde zijn schoenen niet zien om het gevoel te herkennen, welke voortkwam uit alleen die simpele maar intense blik, gedeeld tussen hem en mij. De tram reed de hoek om, en stal daarmee mijn zicht. Tevreden en overtuigd leunde ik achterover. Ja, ik wist zeker dat er iets beters voor mij rondliep en wel op zijn witte Nikes. En zonder enig berouw nam ik daarmee afscheid van mijn Urkel.

SHARE
SHOWHIDE Comments (3)
  1. Zoals je weet ben ik een old “fashion girl” en zoek ik stiekem de grachten af naar een zwarte hengst op een witte pony.. 😉 Ze zijn een beetje schaars..

Leave a Reply

Your email address will not be published.