Love, Jones and Amsterdam | “Prins op zijn witte Nikes”

wine-890371_1920

Op zoek naar die prins op het witte paard in Amsterdam . Ja, zo hopeloos romantisch blijf ik. En na al die tijd nog niet willen geloven dat hij wellicht niet in Amsterdam rond galoppeert, brengt mij ertoe dat ik gewoon stug door blijf zoeken.

Maar inmiddels weet ik wel dat hij zijn paard niet in de Jimmy Woo of Bitterzoet stalt om daarna eens even flink los te gaan op de dansvloer.  De mensen die denken hun prins tegen te komen,  zullen bedrogen uitkomen. Kikkers genoeg, maar geloof me, zelfs na die kus, zullen ze gewoon door blijven kwaken.

Dus besluit ik om het op een andere boeg te gooien. De mannen die me vervelen met openingszinnen als: “Kom jij vaker hier?” en “Wat doe jij zoal in het dagelijks leven?” worden vanaf nu al voordat ze uitgepraat zijn omvergeblazen door mijn verbale bazuka. En ik leg die rode loper alleen nog maar uit voor een echte prins.

Na mezelf afgevraagd te hebben of het de liefde is die me daadwerkelijk elke keer toch weer teleur stelt of dat ik echt te hoge eisen stel. Trek ik  al snel de conclusie dat ik mijn verlangen naar een prins echt niet zo belachelijk is als dat het soms doet overkomen.

En ondanks dat de vermoeidheid van het kussen van al die kikkers soms toeslaat, geef ik de hoop niet op.

En weiger ik genoegen te nemen met minder. Ik weiger naar huis te gaan met een kikker, bij gebrek aan beter. Dus zoek ik verder, in alle hoeken van Amsterdam.

Het zal vast die zelfmartelaar in me zijn die me er dan toe zet om hiermee bewust te beginnen op Valentijnsdag van dit jaar.  Maar dat terzijde.

Gekleed in mijn goede moed draag ik mijn hoopvolle instelling met stijl, en zo stap ik het concertgebouw van Amsterdam binnen. De dame bij het loket vraagt mij nog of ze goed heeft begrepen dat ik maar één kaartje voor het concert van vanavond wilde bestellen. Ook zij begrijpt mij niet. En ik ga er maar even vanuit dat ze er niets naars mee bedoelt, al voelt het stiekem wel zo.

Ik heb nog een dik uur voordat het concert begint. Iets wat trots loop ik zo solo het café van het concertgebouw binnen, ik ben nog vroeg, en op een paar bejaarden na, is er nog niemand te bekennen. Ik bestel de Valentijns special, welke bestaat uit champagne en kaviaar.

De champagne ruil ik om voor rode wijn. Twee glazen, voor mij alleen.

Het café vult zich langzaam met stelletjes in alle soorten en maten. Oudere stelletjes, jonge stelletjes. Net nieuwe stelletjes, ver gevorderde stelletjes,  en wellicht, voor zover ik het kan beoordelen zo vanuit mijn sceptische hoek, een bijna niet meer stelletje.  Ik voel me bijna zielig , maar de rode wijn neemt al snel het gevoel van zelfmedelijden weg en vervangt deze met een aangename roes aangezien de kaviaar uiteraard geen bodem is.

Gelukkig worden de stelletjes al snel aangevuld met opa’s en oma’s, moeders en dochters en dat soort gespuis.

Maar nog nergens zie een mannelijke verschijning met prinsachtige trekjes.

Wanneer er een blonde dame van mijn leeftijd alleen het café binnen komt wandelen en plaats neemt aan de tafel tegenover me, voel ik me ineens toch een stuk minder suf. En ik vraag me al snel af of zij met dezelfde bedoeling als ikzelf naar het concertgebouw is gekomen. Maar wanneer er een lange knappe man de café binnen komt stappen met een roos en de twee zich in een innige omhelzing storten voor mijn ogen,  komt het gevoel van sufheid snel weer naar boven. Ik bestel een derde glas wijn en verplaats mij langzaam naar de concertzaal.

Terwijl ik probeer te luisteren naar de prachtige muziek, word ik afgeleid door de bewegingen van de dirigent. Ik betrap mijzelf erop dat ik mij afvraag af hoe een date met een dirigent zou zijn. Maar wanneer deze zich na afloop omdraait en een diepe buiging maakt en ik zie hoe zijn vooraanzicht er daadwerkelijk uitziet. Is de nieuwsgierigheid in een keer weg.

Nee, verder dan een korte flirt met een van de concertgebouw medewerkers, kom ik niet.

En dat was overigens ook alleen maar omdat ik mijn glas rode wijn mee de concertzaal in probeer de te smokkelen. Hier was mijn prins vanavond niet te vinden. Snel haal ik mijn jas en ga ik op weg naar huis.

Het is koud als ik op de tram sta te wachten. En het regent. Ik heb mijn hoofd naar beneden als mijn zicht wordt afgeleid door een paar sneakers die ik voorbij zie komen. Ze stoppen en staan recht voor me. Als ik opkijk schrik ik. Ik ken hem. Ja, ik ken hem. We stappen dezelfde tram in. En zitten drie haltes lang tegenover elkaar.

We kijken elkaar soms een paar seconden aan. Het voelde als minuten.

Zal het hem zijn, mijn prins op zijn witte Nikes? Of zal het die rode wijn geweest zijn?

SHARE
SHOWHIDE Comments (2)
  1. Geweldig stukje Joni. Je schrijftalent komt in het Nederlands helemaal tot haar recht. Je humor, je eigenheid en je mafheid 🙂

    Schrijf asjeblieft alleen nog maar in het Nederlands, dan breek je zo door.

    x Joer

Leave a Reply

Your email address will not be published.